Hi ChatGPT:
10.6.26

Supabase of Xano: welke backend past bij jouw applicatie?

Twee ontwikkelaars bekijken een schets van een systeemarchitectuur op een whiteboard

Supabase of Xano is een vraag die we vaak krijgen van organisaties die een webapplicatie, portaal of interne tool laten bouwen. Beide zijn backends: de plek waar data wordt opgeslagen, waar gebruikers inloggen en waar de logica van je applicatie draait. Beide zijn volwassen, stabiel en schaalbaar, en we gebruiken ze allebei in productie. De keuze hangt niet af van welke beter is, maar van hoe je applicatie wordt gebouwd en wie hem daarna beheert. In dit artikel zetten we de verschillen op een rij.

Wat doet een backend in een applicatie?

Een backend slaat de data van je applicatie op, regelt wie waar toegang toe heeft en voert de logica uit die niet in de browser hoort. Denk aan gebruikers en rollen, bestellingen, documenten, berekeningen, e-mails die verstuurd moeten worden en koppelingen met andere systemen.

De voorkant, wat gebruikers zien, praat met de backend via een API. Die voorkant kan een Webflow-site zijn, een applicatie in Next.js of React, of een mobiele app. De backend is het fundament waar alles op rust.

Wat is Supabase?

Supabase is een backend-platform gebouwd rond een PostgreSQL-database, met authenticatie, bestandsopslag, realtime updates en serverfuncties erbij. Het is open source en kan zowel in de cloud als op eigen infrastructuur draaien.

De kern van Supabase is de database zelf. Je werkt direct met tabellen, relaties en SQL, en je legt toegangsregels vast op het niveau van de database met row level security. Daardoor staat de beveiliging zo dicht mogelijk bij de data. Logica die meer vraagt dan een query, schrijf je in serverfuncties in TypeScript.

Wat is Xano?

Xano is een backend-platform waarin je database, API en logica visueel bouwt. Je definieert tabellen, stelt API-endpoints samen uit functiestappen en ziet per endpoint precies wat er gebeurt: data ophalen, filteren, berekenen, een externe dienst aanroepen, een resultaat teruggeven.

Onder de motorkap draait Xano ook op PostgreSQL, maar je werkt er zelden direct mee. De kracht zit in de visuele API-bouwer, die logica leesbaar maakt voor mensen die geen code schrijven. Xano draait in de cloud, met de mogelijkheid om een eigen instantie in een gekozen regio te gebruiken.

Waar verschillen Supabase en Xano in?

Supabase en Xano verschillen vooral in hoe je bouwt, waar de logica leeft en wie het na oplevering kan onderhouden. Qua stabiliteit en schaalbaarheid ontlopen ze elkaar weinig.

Manier van bouwen

Supabase is code-first: de database staat centraal en logica schrijf je in SQL en TypeScript. Xano is visueel: logica bouw je als een reeks stappen in een interface. Voor een ontwikkelteam dat in code werkt, voelt Supabase natuurlijk. Voor een team dat logica wil kunnen lezen en aanpassen zonder code, past Xano beter.

Waar de logica leeft

Bij Supabase leeft veel logica in de applicatie zelf of in de database, met toegangsregels op tabelniveau. Bij Xano leeft de logica in de API-endpoints van Xano, en is de voorkant vooral een weergave. Dat heeft gevolgen voor hoe je de applicatie structureert.

Versiebeheer en samenwerking

Omdat Supabase met code en migraties werkt, past het goed in een ontwikkelproces met Git, code reviews en automatische tests. Xano heeft eigen versiebeheer en branches binnen het platform, wat prima werkt maar losstaat van de rest van je codebase.

Realtime en bestanden

Supabase heeft realtime updates en bestandsopslag standaard aan boord. Xano ondersteunt realtime en bestandsopslag ook, maar het zit minder centraal in hoe je bouwt.

Wanneer kies je Supabase?

Kies Supabase als je applicatie in code wordt gebouwd en je de database als het hart van je systeem wilt behandelen.

  • De voorkant is een maatwerkapplicatie in Next.js of React.
  • Je wilt versiebeheer, tests en deployment in één ontwikkelproces.
  • Toegangsregels zijn complex en je wilt ze op databaseniveau afdwingen.
  • Realtime samenwerking of live updates zijn een kernfunctie.
  • Je wilt de optie houden om de backend zelf te hosten.

Wanneer kies je Xano?

Kies Xano als de logica zichtbaar en aanpasbaar moet zijn voor mensen die geen code schrijven, of als de voorkant een visueel gebouwde omgeving is.

  • De voorkant draait op Webflow, bijvoorbeeld met Wized als verbindende laag.
  • Je team wil na oplevering zelf endpoints kunnen lezen en kleine aanpassingen doen.
  • De applicatie draait vooral op API-logica: berekeningen, koppelingen, workflows.
  • Je werkt al met Xano en wilt daarop voortbouwen.

Kun je later nog overstappen?

Ja, overstappen kan, maar het is werk. Beide platforms gebruiken PostgreSQL, dus de data zelf is goed over te zetten. De logica moet opnieuw worden gebouwd, omdat die in beide platforms op een andere manier is vastgelegd. Hoe duidelijker je API-structuur, hoe makkelijker een overstap. Dat is een reden om vanaf het begin een heldere scheiding te maken tussen voorkant en backend.

Welke kiezen wij?

Wij kiezen per project. Bij applicaties die we in Next.js bouwen, is Supabase meestal de logische keuze. Bij portalen en tools op Webflow, of wanneer de klant de logica zelf wil kunnen beheren, kiezen we vaak voor Xano. In beide gevallen leggen we de afweging vooraf uit, zodat je weet waarom.

Wil je weten welke backend past bij wat jij wilt bouwen, lees dan meer over applicatie ontwikkeling of over het bouwen van een portaal, of neem contact op.